Methoden

Representativiteit Steekproef
Een voorwaarde van kwantitatief onderzoek is de steekproefgrootte. Uit een bestand wordt willekeurig (a-select of systematisch) een steekproef getrokken. Van te voren berekent Pionier de minimaal benodigde steekproefgrootte, uitgaande van een betrouwbaarheid van 95 procent. Dit houdt in dat bij een herhaling van hetzelfde onderzoek de resultaten in 19 van de 20 gevallen gelijk zullen zijn.

Om betrouwbare uitspraken te doen over de hele doelgroep (populatie), wordt gekeken naar de volgende aspecten:

1. Responspercentage


Hoeveel procent van de totaal uitgenodigde steekproef heeft meegewerkt aan het onderzoek. De betrokkenheid bij het onderwerp, de manier van benadering (schriftelijk, telefonisch) en de lengte van de vragenlijst zijn hier van invloed op.

2. Grootte van de steekproef

Het finale databestand met alle antwoorden van respondenten (na filtering op volledig afgerond en op outliers) is de uiteindelijke steekproef. Hoe groter deze steekproef des te nauwkeuriger is de uitspraak over de totale doelgroep. Aan de hand van de steekproef dient een nauwkeurigheidsmarge berekend te worden. Gebruikelijk is een nauwkeurigheidsmarge van 5 procent. Dit houdt in dat een uitkomst van 40 procent, in werkelijkheid zal liggen tussen de 35 en 45 procent (40 – 5 en 40 + 5). Deze marge wordt gehanteerd omdat er met een steekproef gewerkt wordt, dat altijd een afwijking heeft ten opzichte van de werkelijkheid. Hoe groter de steekproef, des te kleiner wordt de marge. Pionier gaat standaard uit van een steekproefuitkomst van 50 procent, dat zorgt voor een grotere nauwkeurigheidsmarge.

3. Representativiteit

Steekproefuitkomsten zoals percentage man/vrouw, leeftijdscategorie en opleiding dient overeen te komen met de werkelijke doelgroep. Als bijvoorbeeld aan een klanttevredenheidsonderzoek 80 procent vrouw en 20 procent man heeft meegewerkt, terwijl de totale groep klanten bestaat uit 75 procent man en 25 procent vrouw, dan kunnen de resultaten van het onderzoek vertekend zijn. Pionier kijkt daarom altijd naar de overeenkomst van de opbouw van demografische kenmerken uit de steekproef met de demografische kenmerken van de totale doelgroep.